Hier vindt u een verzameling afbeeldingen van de kleding van de lagere burgerij uit de Napoleontische Tijd. De Nederlandse kledingdracht was in deze tijd voor vrouwen zeer kleurrijk, zij het zeer ouderwets. Naast lakense wol werd linnen en kleurig bedrukte katoenen stoffen, zgn. sitsen of chintz, gebruikt. Vrouwenkleding sloot met haken en ogen, en niet met knopen. De mannen droegen vaak sober gekleurde kleding. Kleding werd gewaardeerd als een waardevol bezit en daarom veelal versteld en vermaakt. In inboedellijsten wordt kleding specifiek genoemd. Deze kleding is door veel kunstenaars uit binnen- en buitenland vastgelegd, zodat we ons een goed beeld kunnen vormen van het uiterlijk voorkomen van onze voorouders. 

Een bekende tekenaar van uniformprenten, J.A. Langendijk, maakte ook prenten van de dracht van de 'gewone man'. 

Kermis in 1810: de kermis was altijd een drukbezocht evenement, waar men vooral eten en snuisterijen kon kopen. Voor de Bataafsche Omwenteling in 1795 waren de Stadhouders vaste bezoekers van de Kermis in Den Haag.

 

        

Poppenkast met muzikanten. Een poppenkast was een populaire vorm van vermaak op de kermis.  Augurkjesjood en Sinaasappelverkoopster, prent van Langendijk uit 1816. De positie van Joden in het Franse keizerrijk werd door Napoleon versterkt, zodat ze minder geisoleerd en ondergeschikt waren binnen de maatschappij.

 

De kunstenaar J.E. Marcus hield lang een soort tekendagboek bij. Deze prenten zijn na zijn dood uitgegeven; zij vormen een belangrijke bron voor onze uitbeeldingen.

                 

 Hannekemaaier en melkmeisje

 

Hannekemaaiers

 

 Jager

 

        

        
Jager en soldaat

 

Landmeisje en tekenaar

 

Vissende man en vrouw

 

                 
Man, vrouw en kind in het veld

Vrouw en jongen

 

Vrouw met hoed in de wind

 

Vissers en Huzaar (okotber 1815)

 

In 1804 stelde E. Maaskamp een bundel prenten samen, met afbeeldingen van de verschillende klederdrachten die in de Bataafsche Republiek te vinden waren. In 1829 gaf hij deze serie wederom uit, nu als een serie prenten over de klederdrachten van de Noordelijke Provincies van het Koninkrijk der Nederlanden. Sommige prenten waren aangepast aan de nieuwe mode. Ook hier kunnen wij veel informatie uit halen.

                          
Boer en boerin in Rijnlandse dracht

 

Boer en boerin in de dracht van Zuid-Beveland

 

Vrouwen in de dracht van Katwijk en Volendam

 

Een boerenpaar in Gelderse dracht

 

                          
Een Schouwze Boer en Boerin in afspraak om naar de markt te Zirikzee te gaan Amsterdamse aanspreker en tapster

 

Man en vrouw in Walcherse dracht

 

Meisje en jongeman in Brabantse dracht op weg naar de markt

 

                          
Vader en dochter in Friese dracht uit de kerk Visverkoopster in Scheveningse dracht Visverkoopster op de markt van Amsterdam Vrouw in Alkmaarse dracht bij de Hernhutter zilververkoper te Zeist

 

De schilder P.G. van Os was in 1813 kapitein van de Landstorm van Loosdrecht, en nam als zodanig deel aan de belegering van Naarden. Ook hij hield hiervan een soort tekendagboek bij. Later werkte hij die uit tot een serie schilderijen. Zijn schilderijen geven veel informatie over de burgerdracht.

Het doorijzen van der Karnemelksloot bij Naarden, januari 1814, detail.

 

Na de Napoleontische Oorlogen werd het thema van 'de Marketentster' populair in de kunst. Marketentsters, vrouwen die de soldaten volgden met hun handelswaren, waren een bekend fenomeen geworden in het Franse leger. Hoewel het Nederlandse leger officieel geen marketentsters kende, waren er wel degelijk vrouwen die in die rol het leger volgden in de 1815-campagne.  

        

Anthonie Constantijn, "De Markententster", 1825. Een marketentster heeft een "cantine" ingericht (de Franse benaming voor een marketentser is 'Cantinière'), waar de soldaten eten en drinken kunnen kopen.Marketentsters verkochten ook allerlei andere zaken zoals briefpapier, inkt, spellen, etc. De 'cantine' was ook een plaats waar soldaten brieven naar huis konden schrijven. 

        

J.J. Eeckhout, "Oorlogsleed", 1826. Een marketentster met haar baby, bij het lichaam van haar gesneuvelde echtgenoot. Het is zeer waarschijnlijk gebaseerd op een incident bij Waterloo: de vrouw van een sappeur van het BNM19 ging met haar pasgeboren kind op zoek naar haar man. Deze bleek overigens nog in leven, hij was namelijk teruggestuurd om bij zijn vrouw te zijn. (Legermuseum Delft)

Keer hier terug naar de startpagina: