
|
Hier vindt u een verzameling van verschillende schilderijen en prenten van Nederlandse soldaten te voet die nog niet elders op de site voorkomen. De meeste afbeeldingen zijn helaas van na 1815; niettemin geven ze een goed beeld van het uiterlijk voorkomen van de Nederlandse infanterist in de nadagen van het Napoleontische tijdperk. Klik met de rechtermuisknop op de afbeelding om deze te vergroten.
Rechts: ortret van een voltigeur van de 'Garde Nationale', 1813-1814. De eerste eenheden van het Nederlandse leger bestonden uit de voormalige 'Garde Nationale'. Hun uniformen waren van het Franse model; de manschappen braken de adelaars van de sjakoplaten en kregen oranje kokardes uitgereikt.
|
|
|
Links: Soldaat
van de Landmilitie, gekleed volgens de voorschriften van 1814:
wit-over-rode pompon, rok met open kraag, 'gesloten' grijze pantalon
met halfhoge zwarte slopkousen. De patroontasbandelier wordt over de bajonetbandelier gedragen, maar de
bajonetkoppelplaat is nog net zichtbaar.
Rechts: Officier, rechterflankcompagnie van het Bataljon Infanterie nr. 12 of 13, in het uniform van 1813 - 1814. Franse prent uit 1815.
|
|
Artillerist, prent uit
1814 van Deman. Het uniform komt vrijwel geheel overeen met het uniform
van de infanterie in 1814 (de uitmonsteringskleur is zwart, met rode
voering).
|
|
|
(Zelf)portretje van Engelbertus Koolman, vermoedelijk een infanterist of artillerist van de schutterij, 1814. De prent lijkt sterk verkleurd. Frans model sjako met plaat met daarop een 'X' (gekruiste kanonnen?); witte pluim met rode top; halfhoge zwarte slopkousen over grijze pantalon met smalle klep; witte bandelier van Brits model, met een gesp in plaats van een koppelplaat.
|
|
(Zelf)portretje van
Cornelis Olfes (of Olses?), korporaal bij een bataljon Nationale Militie, 1815. De
chevrons zijn niet het voorgeschreven wit met biezen in
de kleur van de kraag (in dit geval oranje), maar
zijn vermoedelijk rood, en direct op de mouwen genaaid. De pompon is wit
over rood.
|
|
|
|
|
|
Intocht van het 8e Bataljon Infanterie van Linie (voorheen 2e Bataljon Oranje Legioen) in Deventer, 26 april 1814. Zoals op deze prent te zien was dit bataljon gekleed in Britse uniformen (rood met witte of blauwe opslagen en kraag), 'stovepipe' sjako, grijze pantalons en zwarte slopkousen, geverfd linnen ransel, terwijl de officieren al wel volgens voorschrift waren gekleed, nl. donkerblauw met roze uitmonstering en Frans model sjako.
|
Een schetsblad van Jean Victor
baron de Constant Rebecque, gedurende de campagne in 1815 chef van
de staf van I Corps onder Prins Willem; hij schetste deze ontwerpen
voor een stafuniform in 1814. Duidelijk is de lage sjako van het
latere model 1815 te zien, maar ook de strakke pantalon en halfhoge
slobkousen van het 1814-uniform. Ook de schouderbedekking is
opmerkelijk, rechts tekent hij ontwerpen voor een epaulet.
|
|
|
|
|
|
|
Noord?-)Nederlandse infanterie in actie, prent van Langendijk uit 1816; vermoedelijk is het een voorstelling van het BI7 bij het bos van Bossu. Opmerkelijk zijn de Franse sjako's met 'jugulaires', en epauletten van Frans model. De soldaten van de Nationale Militie lijken gekleed volgens voorschrift. Klik op de afbeelding voor de gehele prent.
|
De verwoning van de Prins van
Oranje, prent van Langendijk uit 1815; de Prins van Oranje leidt
hier een aanval van Nederlandse(?) infanterie en militie. Echter,
hij raakte gewond toen hij een aanval leidde van Nassause troepen.
Ook het bos op de achtergrond lijkt een uiting van artistieke
vrijheid. Niettemin geeft het een goed beeld van de kleding en
uitrusting van de Nederlandse infanteristen.
|
|
Portret van Kapitein
Denis-Gilles-Joseph Godenne, Zuid-Nederlands Bataljon Infanterie van
Linie nr. 2, later hernummerd tot nr. 3, 1815. Volgens een bericht in de
krant "l'Oracle" verschenen de eerste Zuid-Nederlandse
infantrerie-officieren al in januari 1815 in het nieuwe uniform, enkele
dagen na het uitkomen van de nieuwe voorschriften.
|
|
Portret van een
onbekende kolonel der infanterie, 1815. De kraag is nog
open. Op de borst draagt hij de onderscheiding van het "Légion
d'Honneur"; de in voorgaande jaren verleende Franse titels en
onderscheidingstekens werden toegestaan om de officieren niet te
schofferen. (NB: Chassé mocht zijn Franse titel van baron en zijn
Legion d'Honneur ook behouden.)
|
|
|
Portret van een onbekende luitenant-kolonel
van de Nationale Militie, 1815. Let op de gulpsluiting van
de manchet.
|
|
Portret van Joseph Uttinger,
kapitein in het Regiment Zwitsers nr. 30, 1815.
|
|
|
Portret van Jhr. R.
Baron van Breugel Douglas, korporaal van de Vrijwillige Compagnie Jagers,
Bataillon Jagers nr. 16; schilderij, gedateerd 1815. Deze compagnie bestond uit studenten van
de Universiteit van Franeker. Het uniform, dat de vrijwilligers zelf
aanschaften, is geheel volgens voorschrift; alleen de gele bies op de
pantalon is een onofficiele toevoeging door de vrijwilligers. Aan het
bataljon zijn geen pantalons met gele biezen geleverd.
|
|
Portret van Jhr. R.
Baron van Breugel Douglas; gekleurde litho uit 1866 naar het schilderij
uit 1815 hierboven. Op de
achtergrond is een fourier met de compagniesvlag te zien; de vlag wordt
in het Friesch Museum te Leeuwarden bewaard (nb: op de achterzijde staat de
tekst PRO - VINCIE - VRIES - LAND).
|
|
|
Een Zuid-Nederlandse
Jager-Flankeur, gedateerd 1815. De lithografie is van een latere datum.
Opmerkelijk is de kleur van de pompon en het vangkoord, die geel lijken;
en de sjakoplaat i.p.v. een jachthoorn met nummer. De
Zuid-Nederlandse bataljons Jagers droegen wit leerwerk in 1815. .
|
|
Johannes Abraham Vonk
(1801-1818), cadet- flankeur 19e Bataljon Oost-Indische Infanterie,
portret uit 1817. Deze uniformen hadden tot 1820 open kragen en
borstopslagen met lissen. Als onderscheidingsteken draagt hij een
contra-epaulette en een sierdegen. Opmerkelijk is hier de donkerblauwe
pantalon.
|
|
|
Flankeur van een
bataljon Nationale Militie, prent van Genty, gemaakt tijdens de
bezetting van Parijs (juli 1815). De groen-rode epauletten en pluim
zouden zijn geroofd uit een Frans magazijn. Op het Britse leerwerk
is de plaat vervangen door een gesp en is een ruimnaad
bevestigd. Ook hier wordt de bajonetkoppel onder de
patroontasbandelier gedragen.
|
|
Tamboer van de
Nationale Militie, 1815: blauwe veldpet met oranje paspellering en band;
de rok heeft een open oranje kraag en blauwe manchetten met oranje
paspellering, sluitend met 2 knopen; wings met oranje versieringen;
witte zwaluwnesten met witte versieringen.
|
|
|
Flankeur van de
Schutterij van de Hoofdstad [Amsterdam], 29 oktober 1817. Sjako van
Frans model zonder plaat, met rode pompon boven een oranje kokarde met
grote witte lis met witmetalen knoop; Brits model rok met ronde
manchetten en witte knopen; donkerblauwe 'gesloten' pantalon met zwarte
halfhoge slopkousen; Brits leerwerk met "W"-plaat. Het musket
lijkt een Frans dragondermodel.
|
|
Een Nassause infanterist in
marstenue, 1815; inkttekening van Langendijk. Hoewel een Duitse
eenheid in Nederlandse dienst, lijkt het uniform veel op dat van de
Nederlandse infanterie. Vooral tijdens de campagne van 1815 zal de
Nederlandse infanterist 'op marsch zijnde' er niet veel anders hebben
uitgezien.
|
|
|
Drie Zuid-Nederlandse militairen,
te weten een sappeur van de infanterie, een karabinier van het
Regiment Karabiniers nr. 2 en een artillerist, 1815. De sappeur
heeft een wit vangkoord en een rode pluim op zijn kolbak. De
artillerist draagt al de diadeemvormige plaat, maar geen wings.
|
|
Een aandoenlijk naief (zelf?)portret van een artillerist, 1815. De versiering op de wings lopen niet door op de tong van de epaulet. Duidelijk is de vorm van de kling van de M1814 nr.1 sabel te zien.
|
|
|
Langendijk tekende in
1816 een serie
uniformprenten, met op elke prent een Nederlandse soldaat en een dame.
Uit deze serie komen de volgende prenten.
Een Jager-Flankeur en een visvrouw: wings met rode versieringen en geel-over-groene pluim naar Frans model i.p.v. geel-over-groene pompon.
|
|
Een koporaal van de
Veteranen (Garnizoensbataljon nr. 34) en eenkoffieverkoopster. De
chevrons zijn van het juiste model, maar lijken direct op de mouwen te
zijn aangebracht. Dit kan zijn omdat de kraag, panden en manchetten ook
donkerblauw zijn, en de ondergrond daarom ook volgens voorschrift
donkerblauw dient te zijn.
|
|
|
Een infanterist van de
Koloniale Troepen voor Oost-Indië en een Scheveningse visvrouw. De rok
had borstopslagen en lissen. Opmerkelijk genoeg was het uniform vrijwel
gelijk aan dat van het strafbataljon. De sjako heeft geen achterklep,
maar wel metalen kinbanden ("jugulaires"). Zie ook het portret van Johannes Abraham Vonk.
|
|
Een Koloniale artillerist en
een Reukwarenverkoopster. Het uniform verschilt van dat van de
koloniale infanterie door de rode kraag, opslagen en pompon. Duidelijk zichtbaar is de nr. 1 sabel en de
sjakoplaat.
|
|
|
Een jager van de
Koloniale troepen voor West-Indië en een neger. Op de sjako is de Jachthoorn te
zien die alle Bataljons Jagers hadden i.p.v. de sjakoplaat. Opmerkelijk
genoeg ontbreekt de pompon. De pantaljon is wijd, heeft een smalle klep,
en wordt in de slobkousen gedragen.
|
|
Een artillerist en een
marketentster. De artillerist draagt hier nog de 'W'-plaat, evenals
Brits leerwerk met koppelplaat voor de nr. 1 sabel.
|
|
|
De Bataljons Infanterie
Nationale Militie droegen uniformen die vrijwel gelijk waren van die van
de Infanterie, echter de kleur van de kraag, paspellering en manchetten
was oranje, de panden wit; de manchet was rond en sloot niet met
een gulp. Hiervan werd echter ook afgeweken, zoals uit de volgende
prenten blijkt:
Een luitenant-kolonel van een Bataljon Infanterie Nationale Militie en een galant meisje. Grijze pantalon met witte bies, onder de rok een wit mouwloos vest met punten.
|
|
Een officier van de
Nationale Militie en een Brabantse juffrouw. In tegenstelling tot de manschappen en
onderofficieren droegen de officieren van de Nationale Militie in 1815
al de
voorgeschreven sjako van het Noord-Nederlandse type omdat alle
officieren geacht werden het voorgeschreven uniform aan te
schaffen.
|
|
|
Een korporaal van een
flankcompagnie van de Nationale Militie en een Brabantse meid.
Vermoedelijk is de korporaal van de
rechterflankcompagnie vanwege de rode top. De jas lijkt boven de valse
zakklep een werkende zakklep te hebben. De chevrons zijn naar
Frans model schuin geplaatst. De sabelkwast en dragon zijn
rood-wit-blauw. Vermoedelijk heeft de tekenaar zich bij de uitwerking
van zijn schetsen vergist. Deze soldaat draagt al wel het
voorgeschreven model sjako.
|
|
Een korporaal van de
Grenadiers, Belgische Militie, en een koffieverkoopster. Hij draagt als
onderscheidingstekens een rode pompon en wings met rode/oranje(?) versiering; de chevrons zijn naar
Frans model schuin geplaatst, en alleen op de rechtermouw. De laarzen
lijken een vergissing van de tekenaar. In de Zuidelijke Provincies was
de term 'grenadier' nog steeds in gebruik.
|
|
|
Flankeur van de
Nationale Militie en een koopvrouw in knolradijs: grijze pantalon met
oranje bies boven witte slobkousen; donkerblauwe wings met witte
versiering.
|
|
Sappeur van de
Nationale Militie. De uitmonstering is meer
rood dan oranje. Het hoofddeksel is onduidelijk weergegeven, maar is
welzeker de kolbak van berenbont. Deze heeft geen koorden en pluim,
maar wel een rode i.p.v. een witte appel, en een granaat en halve
maan(?) aan de voorzijde, beide in geelmetaal. De mouwen sluiten met
een gulp, net als bij de infanterie van de Staande Armée. Sommigen
vermoeden dan ook dat dit eigenlijk een sappeur van het Bataljon
Infanterie nr. 8 (voorheen 2e Bataljon Oranje Legioen) is.
|
|
|
J.W. Pieneman, "de Slag bij
Waterloo", 1824. De uniformen in het schilderij zijn van na 1815,
zoals te zien bij deze groep officieren.
Klik op de afbeelding voor het volledige schilderij.
|
|
Detail van het schilderij van
Pieneman, "De Slag bij Waterloo". De Prins van Oranje wordt
gewond weggedragen door een soldaat en een sappeur van de Nationale
Milite, en een Nassause grenadier. De Militiesoldaten dragen het in
1815 voorgeschreven uniform, dat echter in 1815 zelf nog niet werd
gedragen.
|
![]() |
|
||||
|
Drie aquarellen van soldaten van
de Afdeeling Zwitsers nr. 31, omstreeks 1816-1818: links een flankeur,
midden een muzikant en rechts een fuselier in exercitietenue. Met name
het tenue van de muzikant heeft enkele kenmerken die niet waren
voorgeschreven, zoals het vangkoord rond de sjako. De figuur rechts
draagt de zwarte sjako-overtrek van gewast linnen met in het wit het
afdeelingsnummer, die later afgeschaft zou worden.
|
|
||||
![]() |
![]() |
||||
| Hollandse troepen trekken door
Dendermonde, schilderij uit 1820; de flankcompagnie gaat voorop,
duidelijk herkenbaar aan de groen-over-witte pompons.
|
Charles van Beveren,
"Het Afscheid van de Soldaat", 1828. Duidelijk is de snit van
de rok te zien; de mouwen zijn wijd gesneden omdat onder de rok
"desnoods" het mouwvest gedragen moest kunnen worden.
|
||||
|
|
|
||||
|
Vier prenten uit het werk "Kleeding
En Wapenrusting van de Koninklijke Nederlandsche Troepen" van Jan
Frederik Teupken, voorstellende de uniformen van de Nationale
Infanterie, 1823.
|
V.l.n.r.: plaat 13,
Kapitein der Flankeurs en Luitenant der Infanterie; plaat 14, fuselier
en flankeur in groot tenue; plaat 15, Sappeur; en plaat 18, Pijper,
Hoornblazer en Tamboer.
|
Keer hier terug naar de startpagina: