
| Hier vindt u een verzameling van
originele uniformstukken en wapens, voornamelijk uit het Legermuseum
te Delft en het Legermuseum te
Brussel. De afbeeldingen van sabels en degens zijn afkomstig van www.sabels.net.
Er zijn ons helaas geen originele uniform- en uitrustingstukken
van het Bataillon Infanterie van Linie nr. 2 bekend, maar deze stukken geven
wel een goed beeld van de uniformering, bewapening en uitrusting van de
Nederlandse infanterie in 1814-1815.
Klik op de afbeeldingen met de rechtermuisknop om deze te vergroten.
Rechts: Uniform van een tamboer van het Bataljon Infanterie Nationale Militie nr. 12, 1815. De epaulet is geheel oranje. De jas is origineel, de trommel is van 1821. De veldpet is een replica. Op de achtergrond hangen de fanions van de Bataljons Jagers nrs. 36 (links) en 27. Onduidelijk is of deze zijn meegenomen tijdens de 1815-campagne. Het fanion van het 36e is wit, me op beide zijden een eenvoudige rand van eikenloof en in elke hoek een jachthoorn; aan de ene zijde in het midden een gekroonde "W", aan de andere zijde in het midden het opschrift "BATAILLON/De/CHASSEURS/No. 36". Het fanion van het 27e is oranje en heeft aan de ene zijde een geborduurde jachthoorn met daarin het bataljonsnummer; aan de andere zijde de tekst: "AAN/KONING/en/VADERLAND/GEWYD".
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
||
|
Rokjas, flankcompagnie van het 16e(?) Bataljon Jagers; daarop een witte bandelier van Brits model, met een gesp in plaats van een plaat.
|
Detail
van de sergeant-majoorschevrons en de gulp: opvallend is dat er alleen
op de rechtermouw chevrons zijn aangebracht. De wol is getand geknipt.
De knopen zijn niet origineel.
|
Detail
van de wing: de wings zijn van een model met een tong, die met een
smal stukje galon op de schouder en haken en ogen op de jas is bevestigd. De kraag is doorgestikt.
|
||
![]() |
![]() |
![]() |
||
| Rokjas van
een officier van de Artillerie, 1815-1820. De panden zijn lang, op de schouder zitten passanten
van goudgalon voor het bevestigen van de epauletten.
|
Rokjas van
een soldaat van het Regiment Koloniale Infanterie nr. 37, 1815-1820. De
kraag is open. De borstopslagen verdwenen na 1820. Zie ook het portret
van Johannes
Abraham Vonk.
|
Rokjas van
een fuselier van het Regiment Zwitsers nr. 30, 1815-1820; de rokjassen
waren versierd met galons op de voorzijde. Zie ook het portret
van Joseph Uttinger.
|
|
|
| Links en midden: Sjako's, Bataljons
Infanterie (later Afdeelingen Infanterie) nrs. 12 en 13; beide sjako's
hebben een klep met een ingeperst motief, gelijk aan Franse
sjako's.
Rechts: Sjako van een fuselier van het Regiment Zwitsers nr. 30, 1815-1820; de sjako is van het nieuwe model, met voor- en achterklep en diadeemvormige sjakoplaat. De lis is van messing; de pompon is wit voor fuseliers.
|
|
|
| Links: Sjakoplaat
voor een officier, 1815. De plaat is 10,7 cm. hoog en 6,5 cm. breed.
Rechts: een verzameling uniformknopen, 1814 - 1820; de 2 knopen linksboven zijn vrij grof en lijken geimproviseerd, stammend uit het begin van de Bevrijdingsoorlog. De overige knopen zijn genummerd, zoals voorgeschreven in 1814 - 1815. Een uniformjas had, volgens de voorschriften van januari 1815, 17 grote en 8 kleine uniformknopen.
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||
| Sjakoplaat; dit exemplaar is bevestigd op de sjako van het uniform van het regiment
Huzaren nr. 6, in het Legermuseum te Delft.
|
Bajonetbandelierplaat,
gevonden te Oirschot in 1982 op het terrein van een voormalig legerkamp
ten tijde van de Tiendaagsche Veldtocht. Afmetingen: 7 X 5,5 cm.
|
Bajonetbandelierplaat,
gevonden in Overijssel in maart 2008. De platen zijn wellicht gemaakt voor het Hollands Legioen
(BI7, BI8 en BI9) of het in Groot-Brittannië opgerichte BI10.
|
Achterzijde
van de plaat, met bevestigingen voor op de bandelier.
(Foto's gemaakt door de vinder JvHo)
|
![]() |
![]() |
|
| Brits model
watertonnetje, zoals in gebruik bij het Nederlande leger in 1815. De
watertonnetjes werden in het Britse leger gewoonlijk aan het begin van
de campagne uitgereikt, en na afloop weer ingeleverd; daarom
hadden ze geen eenheidsmarkeringen. De Nederlandse eenheden brachten
wel eenheidsmarkeringen aan. De tonnetjes werden later vervangen door blikken modellen.
|
Voorbeelden van
galon, links zilvergalon voor onderofficierschevrons, rechts galon
voor korporaalschevron. Het galon werd
bepaald door de kleur van de knopen: zilver en wit voor de Infanterie
Nationale Militie, die witmetalen (tin) knopen gebruikten, goud en
geel voor de Infanterie van Linie, die geelmetalen knopen gebruikten.
Voor sergeants moest de sabelkwast een band van zilvergalon hebben.
Staaltjes uit het Nationaal Archief, gedateerd 12 april 1815.
|
|
![]() |
![]() |
|
| Patroontas en
bandelier van Hollands Model; de bandelier is uit één stuk gemaakt.
De hoeken van de flap zijn afgerond, in tegenstelling tot veel
modellen die recht gesneden zijn. Naast
dit model werden in 1817 nog steeds de Britse modellen van de eerste
leveringen gedragen.
|
Patroontas van
Hollands model; aan de binnenzijde bevindt zich een houten blok met 2
vakken voor patronen en 6 gaten voor patronen en een olieflesje.
Eenheidsmarkeringen aan de binnenkant geven aan dat
dit exemplaar in 1819 is uitgegeven.
|
|
![]() |
![]() |
|
| Patroontas
van Brits model; deze kon 60 patronen bevatten. Opmerkelijk is het
witte leren riempje links, bedoeld om de tas aan de tailleknoop te
bevestigen om deze op zijn plaats te houden. Nederlandse
patroontassen hadden riempjes aan de onderzijde om de veldpet onder te
binden, naar Frans voorbeeld.
|
Gereedschap
tot onderhoud van het musket: 2 driekante geereedschappen, met 2
schroevendraaiers en een priem om pennen mee uit te steken; en een zgn
'aftrekker' om vastgelopen kogels uit de loop te verwijderen.
|
Richtvaan van de Vrijwillige Flankcompagnie van het Bataljon Jagers nr. 16. De tekst luidt: "Comp/ Vry/ Willige/ Jagers"; op de achterzijde: "Pro/ Vincie/ Vries/ Land". Het bevindt zich in het Fries Museum. Zie ook de afbeelding van Jhr. R. Baron van Breugel Douglas.
|
Vaandel van het 3e Bataljon, 2e Regiment Infanterie van Nassau. Het vaandel werd naar verluid door de Fransen veroverd bij Waterloo.
|
|
Nederlandse trommel, 1815. Naar verluid gebruikt tijdens de Waterloo-campagne. Dit exemplaar is te bezichtigen in het museum van de Benalla and District Historical Society in Australie.
|
Trommen van de infanterie, 1815-1821; Legermuseum, Delft.
|
|
|
|
|
3rd- of India Pattern Musket, bijgenaamd "Brown Bess"; dit wapen werd geleverd aan het Nederlandse leger en was in gebruik totdat ze volledig werd vervangen door het Nederlandse M1815 nr. 1 Musket. Meer informatie over de Britse musketten in Nederland vindt u in dit artikel. |
|
|
|
Details van het slot van het musket. Dit model werd in 1797 geintroduceerd in het Britse leger. Er zijn gedurende de Napoleontische Tijd 3 miljoen exemplaren van gemaakt. Op 1 maart 1814 waren 50.000 musketten door de Britten geleverd. 35.352 waren er in gebruik, de rest was opgeslagen. In 1821 waren er in het Nederlandse leger uiteindelijk 62.828 exemplaren in gebruik.
|
|
|
|
Boven: Nederlands infanteriemusket m1815 nr. 1; dit model werd aangenomen op 23 augustus 1814. In 1821 werden de nog in gebruik zijnde Britse musketten definitief vervangen door dit model. Onder: Nederlandse sappeurskarabijn. Dit model was korter dan het infanteriemusket.
|
|
|
|
Twee degens voor officieren van de infanterie, 1815-1820. De degens voor de officieren dienden volgens de voorschriften van 1815 gebaseerd te zijn op het Brits model van1796. Natuurlijk waren er verschillende modellen in omloop, en vaak droegen officieren degens naar eigen smaak. Ook sabels werden gedragen, alhoewel dit niet de bedoeling was.
|
|
|
Links: M1814 infanteriesabel, Model
Nr. 1. Deze werd uitgereikt aan de onderofficieren, korporaals en
tamboers en pijpers van de infanterie; flankeurs en cadetten kregen deze
niet omdat er eenvoudigweg niet genoeg waren.
Midden: drie varianten van de Sappeurssabel, model 1805. Dit model werd voor het eerst geintroduceerd bij de Regimenten Jagers van de Bataafsche Republiek , daarna geherintroduceerd voor de Sappeurs van de infanterie en het Corps Mineurs, Sappeurs en Pontonniers in 1814. Rechts: Sappeursbijl, vanaf 1815 in gebruik tot 1850.
|
|
|
|
Keer hier terug naar de startpagina |