
| In 1814 ging
het bevel over het BI2 over op luitenant-kolonel J. Speelman, een
veteraan van de veldtocht in Rusland die in het 124ème Régiment d'
Infanterie had
gediend. Het bataljon was in juni 1815 ingedeeld bij de 1e Brigade van
de 3e Nederlandse divisie [in de rest van dit artikel
aangeduid als 1Brig/3NL.Div]; 3NL.Div stond onder bevel van
Luitenant-Generaal D.H.
Baron Chassé, Generaal-Majoor Detmers stond aan het
hoofd van de 1e Brigade. De Brigade omvatte verder het
Bataljon Jagers nr. 35 en vier Bataljons Infanterie Nationale Militie, nrs 4,
6, 17 en 19. De 2e Brigade van Gen.maj. d’Aubremé
(2Brig/3NL.Div),
bestond uit het Bataljon Jagers 36, de Bataljons Infanterie 3, 12 en
13, en de Bataljons Infanterie Nationale Militie 3 en 10. Aan 3NL.Div was
toegevoegd de Batterij Artillerie te Voet van Kapitein J.H. Lux en
de Batterij Rijdende Artillerie (Batt.RA)van Kapitein C.F. Krahmer.
3NL.Div was onderdeel van het I Corps
onder leiding van de Prins van Oranje.
Begin juni 1815 waren de voorbereidingen voor een invasie van Frankrijk nog in volle gang: in de Zuidelijke Nederlanden waren Britse, Hannoverse, Brunswijkse en Nassause troepen aangekomen; het Nederlandse leger werd hier aan toegevoegd, en het geheel, zo'n 75.000 man, kwam onder het bevel van de Hertog van Wellington. Daarnaast was er ook een Pruisisch leger van 110.000 man onder Maarschalk Blücher. Het wachten was op de Oostenrijkse en Russische troepen die de oostelijke grenzen van Frankrijk zouden overschrijden; dan zouden de Geallieerde en Pruisische troepen vanuit het noorden Frankrijk binnenvallen. De verwachting was dat de Oostenrijkers en Russen in juli de Franse grenzen zouden bereiken. Napoleon echter wilde niet dat deze legers zich zouden verenigen en besloot om met al zijn beschikbare troepen, zo'n 125.000 man, te proberen de legers van de Verbondenen afzonderlijk te verslaan, te beginnen met de Geallieerden en Pruisen. Een snelle overwinning in de Zuidelijke Nederlanden zou wellicht onderhandelingen met Oostenrijk en Rusland mogelijk maken. Op 14 juni kwamen de eerste berichten binnen over een op handen zijnde Franse opmars. Chassé stuurde op 15 juni een bericht dat de avond daarvoor een Nederlandse cavaleriepatrouille een Frans bericht had onderschept waarin de Franse opmars werd aangekondigd. Dit werd eerst niet al te serieus genomen. Op 15 juni echter maakten de Nassause troepen van de 2Brig/2NL.Div. contact met de Fransen. De Hertog van Wellington besloot om alle divisies naar Nivelles terug te trekken. In afwezigheid van de Prins van Oranje echter besloot de Chef-staf van het Nederlandse leger, Generaal De Constant-Rebecque, om de 2NL.Div. van Lt.gen. H.G. baron de Perponcher Sedlnitsky bij Quatre-Bras te concentreren, wetende hoe belangrijk dit kruispunt is; de orders van Wellington had hij, zo verklaarde hij later, “niet op tijd ontvangen”. Lt.gen. De Perponcher, Gen.maj. W.F. Graaf van Bijlandt (commandant van de 1Brig/2NL.Div) en Prins Bernhard van Saxe-Weimar namen het besluit om Quatre-Bras te verdedigen. De 24-jarige Bernhard van Saxe-Weimar, die pas de dag daarvoor als brigadecommandant was aangesteld over de 2Brig/2NL.Div., lichtte zijn officieren in met de woorden: “Ik heb geen enkele order ontvangen, maar ik heb nog nooit gehoord dat men een campagne begint door terug te trekken. Wij zullen dus standhouden bij Quatre-Bras.”
|
|
|
| Rond Braine l'Alleud |
| Op 16 juni vielen
Franse troepen van Ney de Nederlandse troepen aan bij Quatre-Bras. 3NL.Div. werd naar de gevechten toe gedirigeerd, maar maakte geen
gevechtscontact. De divisie kreeg die avond het bevel om naar
Nivelles te gaan. Op 17 juni marcheerde de divisie in de stromende
regen richting Brussel en nam het posities in op de rechterzijde van
de Geallieerde posities, eerst ook rond Hougoumont, maar ’s avonds
uiteindelijk rond het dorpje Braine l’Alleud. Hier zou Chassé met
zijn divisie moeten standhouden teneinde de rechterflank van de
Geallieerden te dekken. Het Geallieerde leger werd opgesteld langs
de weg Nivelles-Ohain, met voorposten in de hoeve Hougoumont (Britse
Garde), de hoeve La Haye Sainte (KGL) en de sector rond Papelotte,
la Haie, Smohain en Frischermont (2Brig/2NL.Div). 2Brig/3NL.Div
stond achter Braine l’Alleud opgesteld op moerassig terrein dat
gedekt werd door heggen en bossages; de beide flankcompagnieën van
BJ36 werden verspreid om elke opening in de heggen te dekken. Dit
gebeurde in het zicht van vijandelijke patrouilles. 1Brig/3NL.Div
stond als volgt opgesteld: 3 bataljons voor het dorp (BJ35, BI2 en
BNM4, met een
tirailleurslinie uitgezonden voor het front), 2 bataljons in reserve
op het dorpsplein (BNM17 en BNM19), en 1 bataljon (BNM6) ten oosten van het dorp om contact
te houden met het Geallieerde leger.
Een groot gedeelte van de manschappen bleef lange tijd buiten de gevechten. De manschappen, die al een vreselijke nacht achter de rug hadden, hadden geen nieuwe voorraden en rantsoenen ontvangen: de leverancier van het veldleger was de vorige dag failliet gegaan en alle leveringen waren per direct gestopt. Ook was het niet mogelijk voorraden te verkrijgen van de lokale bevolking; de burgers waren huiverig voor de vele soldaten en onzeker over wat ze die dag te wachten stond. Enkele soldaten begonnen daarop de huizen te plunderen. Tegen de plunderaars werd echter hard en bloedig opgetreden: ze werden onder vuur genomen en bestormd. Veel plunderaars werden gedood of gewond. Daarna was de orde weer hersteld. Teneinde de Franse patrouilles beter in de gaten te kunnen houden liet Chassé een bataljon van 2Brig een vlakbij gelegen bos bezetten. Tijdens schermutselingen met de Franse lichte cavalerie waren enkele flankeurs van BJ 36 gevangen genomen. Chassé beschikte niet over cavalerie en hij bleef zeer beducht voor een mogelijke aanval. Het dorp werd gebarricadeerd. De chef-staf, Maj.gen. J.V. baron de Constant Rebecque, kwam 3NL.Div. inspecteren en gaf orders om Braine l’Alleud kostte wat kost te verdedigen. Maar voor de slag begon realiseerde de Hertog van Wellington zich dat het Franse leger zich juist opstelde voor La Haye Sainte en zijn linkervleugel. 3NL.Div. kreeg de order om op te trekken en een positie dichter bij de 2e Britse Divisie [2Br.Div] in te nemen. De manschappen beseften dat ook zij wel eens in de gevechten betrokken konden worden en begonnen zich voor te bereiden. De divisie trok om ongeveer 11:00 uur op in carré’s en nam eerst een positie in buiten het dorp, waar men een uitstekend overzicht had van de gevechten die inmiddels waren begonnen. Hier verloor 1Brig bijna haar commandant: een Franse kanonskogel sloeg in de grond vlak voor het paard van Detmers; het paard steigerde, maar Detmers gaf geen krimp en wist het paard tot bedaren te krijgen.
|
|
|
|
De aanval van de Keizerlijke Garde |
| De Geallieerde
linie had veel te lijden onder de aanhoudende Franse aanvallen; keer
op keer ondernamen de Fransen kostbare cavalerieaanvallen op de
Britse en Hannoverse carré’s, terwijl de Britse Garde zich met de
moed der wanhoop verzette tegen de herhaalde aanvallen op
Hougoumont. In het centrum werd na bittere gevechten La Haye Sainte
ingenomen. Rond Plancenoit, op de Franse rechtervleugel, werden in
de loop van de middag de eerste Pruisische troepen gesignaleerd.
Napoleon moest nu zijn Jonge Garde inzetten om de Pruisen zo lang
mogelijk op afstand te houden teneinde tijd genoeg over te houden om
de Geallieerden voor zich te verslaan. Rond 15:00 uur nam 3NL.Div.
een positie in ten noorden van Hougoumont. 1Brig werd in linie
opgesteld achter en langs de weg, van west naar oost BJ35, BI2,
BNM4, BNM6, BNM19 en BNM17; 2Brig stond rechts daarvan in 2 colonnes
van sectiën (rechtercolonne BJ36, BI3 en BI12, linkercolonne BI13, BNM3 en BNM10). De divisie werd door de Franse artillerie onder vuur
genomen en vervolgens aangevallen door Franse cavalerie, waarop carré’s
werden gevormd om de aanvallen af te slaan. Met name de Brigade
d’Aubremé had veel te lijden van het Franse vuur. De divisie
bleef zo tot 18:00 uur staan, telkens wisselend van positie en
formatie, waarbij de veteranen de grootste moeite deden om de
jongere soldaten in het gelid te houden. Een opmerkelijk incident
was dat een Franse officier der kurassiers overliep naar de
Geallieerden; hij meldde zich om 17:00 uur bij lt.kol Van Thielen
(BNM6) en verzocht om Wellington te spreken. Deze officier
waarschuwde dat Napoleon zijn laatste troef in zou zetten: de
Keizerlijke Garde.
En inderdaad: in een laatste poging de Geallieerde linies te doorbreken stuurde Napoleon zijn laatste reserve, de regimenten Grenadiers en Chasseurs van de Oude- en Midden-Garde. De Franse colonnes marcheerden het plateau op, waarbij ze door de Geallieerde infanterie en artillerie onder vuur werden genomen. Ondanks de zware beschieting door de Guards Brigade van Maitland bleven de Fransen langzaam maar zeker oprukken. Een aantal Britse eenheden, die de hele dag onder vuur hadden gelegen, sloegen op de vlucht. Tussen de infanteriebrigade van Maj.gen. Halkett (5Brig./3Br.Div) en het Brunswijkse contingent op de rechtervleugel was nu een opening ontstaan; en de Britse artillerie raakte door hun munitie heen. Op deze zwakke plek had de Franse Garde het voorzien. Een Britse Aide-de-Camp snelde naar Gen.maj. Detmers met het dringende verzoek om drie bataljons in de voorste linie op te stellen. Detmers liet BJ35, BI2 en BNM4 in colonne van sectiën oprukken. Chassé liet de overige bataljons volgen; de gehele brigade stond nu opgesteld achter de geallieerde linie. Chassé sprak zijn mannen toe: “[…] jullie zullen de tweede linie verlaten en vooruitgaan naar de voorste, blijf kalm, vertrouw op mijn leiderschap en vooral op jullie officieren. De slag is nog niet beslist, maar het zal jullie veel voldoening geven om aan de beslissing te hebben bijgedragen.” Chassé liet elk bataljon van 1Brig. een colonne van sectiën formeren en nam een positie in aan het hoofd van BNM6. De Batt.RA van Kapt. Krahmer de Bichin reed vooruit, nam een positie in naast de Britse artillerie en joeg een moordend kartetsvuur door de Franse gelederen. De divisie ging voorwaarts, de garde tegemoet. Tegenover 1Brig. stonden het 1er Bataillon/3ème Régiment Grenadiers en het 4ème Régiment Grenadiers van de Garde Impériale [1/3Gren.GI en 4Gren.GI]. Wat volgde was een vuurgevecht, waarbij beide zijden enkele salvo’s losten; de Nederlandse en Belgische soldaten waren geprikkeld dat ze er niet op af mochten gaan met de bajonet om de vijand te verdrijven. De Fransen besloten zich terug te trekken en te hergroeperen, ten westen van La Haye Sainte. De linies stonden zó dicht op elkaar dat men kon horen hoe de Franse officieren hun mannen hergroepeerden en aanspoorden voor de laatste aanval. Opnieuw ging de Franse Midden-Garde vervolgens ten aanval. Dit keer besloot Chassé om de Fransen met de bajonet te verdrijven. De Rijdende Artillerie snelde wederom voorwaarts en opende het vuur, waarbij ze de oprukkende colonnes veel schade toebrachten. De infanteristen stormden voorwaarts, wild enthousiast, sommigen met de sjako’s op de bajonet, onder het geroffel van de trommen en de roep: “Leve de Koning! Oranje boven!” De colonnes beukten in op de Franse Gardebataljons; de Franse soldaten van 1/3Gren.GI en 4Gren.GI, die zo zwaar onder vuur hadden gelegen en dachten de vijand eindelijk te hebben verslagen, bezweken onder de druk van de duizenden ‘verse’ troepen, en sloegen op de vlucht; sommigen gooiden hun berenmutsen en ransels weg. In de boomgaard van La Haye Sainte probeerden de Gardegrenadiers nog een defensieve positie in te nemen.
|
|
|
| De troepen van Detmers
achtervolgden de vijand tot voorbij Hougoumont. 1Brig verdreef in
een verwoede aanval de Fransen uit de boomgaard van La Haye Sainte.
Chassé sprak lt.Kol Speelman toe: “Kolonel Speelman, vooruit,
-spoedig met de bajonet chargeren, de Franschen wankelen, ze
wijken!” Het BI2 ging in de aanval, vooraf gegaan door de
Rechterflankcompagnie, met aan het hoofd Luitenant Morre en 2e
Luitenant Van Burmania Rengers, en kwam in gevecht met een eenheid
Gardegrenadiers bij La Haye Sainte. Kapitein Veeren en 1e
Luitenant Akersloot van Houten moesten gewond van het slagveld
worden gedragen; 1e luitenant Van Hasselt werd vanwege een
verbrijzelde knie door een tamboer ondersteund en bleef zo zijn
manschappen aanvoeren. Een aanval van zo’n 300 Franse kurassiers werd
afgeslagen door 50 flankeurs van BNM19 onder leiding van Kapitein De
Haan. Uiteindelijk staken de bataljons de straatweg naar Brussel
over, passeerden de kanonnen en de munitiewagens van de “Grande
Batterie” en bleven de Fransen achtervolgen tot nabij Maison du
Roi.
|
| Het einde van de slag |
| Een kwartier nadat 1Brig/3NL.Div de aanval had geopend en de Fransen
achtervolgde gaf Wellington het signaal voor de algehele opmars van
het Geallieerde leger. Toen de Garde op de vlucht sloeg, en de
Pruisen gelijktijdig doorbraken op de Franse rechtervleugel, stortte
het Franse leger in. Napoleon vluchtte onder dekking van het 1er
Regiment Grenadiers van zijn Keizerlijke Garde, terwijl de Franse soldaten met duizenden in
paniek maakten dat ze wegkwamen. De Nederlandse en Geallieerde
troepen bleven hen achtervolgen tot de avond viel, daarna gingen de
Pruisen tot de achtervolging over. Alle Nederlandse eenheden bleven
overnachten op het slagveld.
Het overweldigende succes van de aanval van 1Brig/3NL.Div was ten koste gegaan van grote verliezen. BI2 verloor bijna 20% van haar officieren en minderen; de andere verliezen bedroegen: BJ35 - 12%, BNM4 – 14%, BNM6 – 8%, BNM17 - 11%, BNM19 – 17% (totaal 1Brig/3NL.Div = 13%). Chassé maakte in zijn rapport een speciale melding van de volgende officieren van BI2: kapitein P. Roest, kapitein T.C.C. Veeren, 1e luitenant A.L Akersloot van Houten, 1e luitenant B.L. van Hasselt en 2e luitenant R.H.S.G.J. van Burmania baron Rengers (die, op de laatste na, allen onderscheiden worden als Ridder in de Militaire Willemsorde 3e Klasse). De kostbare, maar beslissende aanval van de 3e Divisie werd, tot woede en teleurstelling van Chassé en andere Nederlandse en Belgische officieren door Wellington uit zijn "Waterloo Despatch" weggelaten. Zo bleef het Nederlandse aandeel in de overwinning buiten beschouwing. De inzet van de Pruisen werd op dezelfde manier door Wellington gemarginaliseerd, zodat de overwinning een Britse aangelegenheid werd. Wellington groeide uit tot een volksheld, die op agressieve wijze de mythe rond "zijn" overwinning bij "Waterloo" in stand hield. Zelfs de naam van de slag - "Waterloo" - werd door Wellington verkozen boven het door Blücher voorgestelde "Slag bij Belle-Alliance". Na de slag marcheerde BI 2 Frankrijk binnen. Parijs werd bezet en Napoleon werd verbannen naar Sint Helena. In 1816 keerde BI2 terug in Nederland; daar werd ze samengevoegd met BNM16, BNM17 en BNM18 tot de 2e Afdeeling Infanterie, onder bevel van Kolonel J. Speelman. |
Keer hier terug naar de startpagina: