Allereerst beelden wij een escouade flankeurs uit; een escouade bestond uit ongeveer 8-12 man onder leiding van een korporaal. Op de rok zullen als distinctieven voor de rechterflank- of grenadiercompagnie wings worden gedragen. Deze zijn van donkerblauwe wol met witte versieringen en franje. Op de sjako een geheel rode pompon. 

                           

Links: vooraanzicht en achteraanzicht van een grenadier/flankeur, Batallion Infanterie van Linie nr. 2, 1814-1815, in volledig tenue. Alle uitrusting wordt zoveel mogelijk op de rug gedragen zodat de manschappen elkaar in het gelid niet hinderen. 

Rechts: vooraanzicht en achteraanzicht van een korporaal-sappeur, Bataillon Infanterie van Linie nr. 2, 1815-1816, in volledig tenue. Het tenue is nog van 1814, en ook de versieringen van de kolbak zijn niet volgens voorschrift. 

 

Naast de grenadiercompagnie beelden wij ook de sappeurssectie van het 2e Bataljon uit. Sappeurs waren een soort genietroepen die obstakels moesten opruimen, maar ook versterkingen konden bouwen. Bij elke compagnie van het bataljon was een sappeur ingedeeld. De sappeurs werden samengevoegd in één sectie en op de rechterzijde van het bataljon opgesteld; de sappeur van de rechterflankcomopagnie kreeg de rang van korporaal. 

De sappeurs waren te herkennen aan hun gereedschap, -vaak een bijl, pikhouweel of spade,- evenals aan het leren schort en de leren handschoenen; als onderscheiding droegen ze een kolbak van berenhuid en werd het hen verplicht een baard te dragen. Tijdens parades liepen zij met het vaandel en de muziek voorop en waren zij de blikvangers van het bataljon.

                       

Van links naar rechts: sergeant der grenadiers/flankeurs,  korporaal, sappeur en tamboer, allen in groot tenue.

 

Korporaals en onderofficieren dragen de onderscheidingstekens van hun graad; naast de korte sabel zijn de onderscheidingstekens voor de korporaal 2 gele kemelsgaren chevrons, voor de sergeant 1 gouden chevron. Alle chevrons gedragen op de onderarm boven de gulp, op een ondergrond van wol in de bataljonskleur. Verder een rode sabelkwast met oranje schuivers, met een witte band voor de korporaal en een zilveren band voor de sergeant.

Militaire muziek speelde in de Napoleontische Tijd een belangrijke rol: tamboers en pijpers gaven het marstempo aan, en gaven door middel van een serie signalen bevelen door. Bij elke compagnie waren 2 tamboers en 1 pijper ingedeeld; tijdens parades en de slag werden deze verenigd in 1 sectie, onder leiding van een sergeant-tamboer. Muzikanten droegen als onderscheiding zgn. zwaluwnesten, schouderstukken van wol met versieringen en franje; voor onze eenheid zijn deze citroengeel met wit. 

Ook onze eenheid beschikt over enkele muzikanten. jeugdleden kunnen lid worden van de muzieksectie en zo alle bevelen leren, zodat ze kunnen overstappen naar de grenadiers als ze 16 zijn geworden.

 

       

Links: kazernetenue, voor exercities en vrije tijd; rechts: bij slecht weer draagt men de kapotjas; deze is "naar Oostenrijks fatsoen", oftewel dubbel overslaand op de borst. De kapotjas is ruim gemaakt zodat de soldaat er makkelijk in kan bewegen.

 

Op zoek naar een fascinerende hobby?

Ook voor het hele gezin?

Niet bang voor vuile handen?

DE VERENIGING "2e BATAILLON GRENADIER COMPAGNIE" ZOEKT NIEUWE LEDEN!

Wij zoeken enthousiaste dames, heren, meisjes en jongens die op een interessante- maar vooral leuke manier willen ontdekken en ervaren hoe het leven was zo’n 200 jaar geleden. Voor meer informatie, klik hier.

Keer hier terug naar de startpagina: